1. De ongevraagde commerciële communicatie
Het thema "Ongevraagde mail" heeft België reeds in haar nationale wetgeving
opgenomen.
Meer in het bijzonder in de artikelen 23,5° en 82§2 van de wet
op de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (afgekort WHPC)
Verder de Europese richtlijn 97/7/EG van 20 mei 1997, recent vervangen door de Europese richtlijn 2000/31/EG van 8 juni 2000,
hetgeen de lidstaten (waaronder België) in hun nationale wetgeving uiterlijk tegen 17 jan 2002 dienen te implementeren.
Artikel 23.5° WHPC: 'Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen, is elke reclame verboden die,
vanwege de globale indruk, met inbegrip van de presentatie, niet onmiskenbaar las zodanig kan worden herkend,
en die niet leesbaar, goed zichtbaar en ondubbelzinnig de vermelding 'reclame' draagt.
Ongevraagde reclame per e-mail moet bij de ontvangst ervan door de afnemer duidelijk en ondubbelzinnig als zodanig herkenbaar zijn'.
Artikel 82.§2 WHPC: 'In het geval van overeenkomst op afstand, vergt het gebruik door een verkoper van de volgende technieken de voorafgaande instemming van de consument:
Geautomatiseerd oproepsysteem zonder menselijke tussenkomst (oproepautomaten)
Fax
DE Koning kan de lijst van voorgaande technieken uitbreiden.
Andere communicatietechnieken dan deze bedoeld in voorgaand lid, kunnen slechts worden gebruikt bij ontstentenis van kennelijk bezwaar van de consument.
Er kunnen geen onkosten aan de consument worden aangerekend omwille van de uitoefening van zijn recht op verzet.
De koning bepaalt de modaliteiten volgens dewelke het recht op verzet van de consument kan worden uitgeoefend.'
Samengevat kan gesteld worden dat de Belgische Staat spamming toelaat op voorwaarde dat zij bij ontvangst door de afnemer duidelijk en ondubbelzinnig als zodanig herkenbaar is (=principe van de herkenbaarheid)
Naast het principe van de herkenbaarheid, werd in België het principe van de voorafgaande toestemming afgewezen.
Men kan dus ongevraagd commerciële communicatie doorsturen zonder dat hiertoe de voorafgaandelijke toestemming van de bestemmeling nodig is.
Spamming kan in België hoogstens bestreden worden met 'recht van verzet' en met het 'recht op kennelijk bezwaar'.
De wijze waarop dit bezwaar en verzet dient geuit te worden, dient nog door de Koning bepaald te worden.
Doch in de Europese Richtlijn staat reeds geschreven dat de dienstverleners een opt-out-register zullen moeten bijhouden.
Dit opt-out-register (www.opt-out.be) dient deze richtlijn
2. De provider en de ongevraagde commerciële communicatie
Door de ongevraagde commerciële communicatie door te geven loopt een provider geen enkel risico.
Immers afdeling 4 van de Europese Richtlijn 2000/31/EG van 8 juni 2000 geeft hiervoor de nodige bescherming.
In deze artikelen staat dat de dienstverlener (=provider) niet aansprakelijk is voor de doorgegeven
informatie (= mere conduit of doorgeeflijk), noch voor de automatische,
tussentijdse en tijdelijke opslag van informatie (=caching of wijze van opslag),
noch voor de op verzoek van de afnemer van de dienst opgeslagen informatie (=hosting of host-diensten).
Verwijdert een provider de informatie of communicatie toch, dan schaadt hij hiermee de aanbieder en de bestemmeling.
3. Het OPT-OUT-REGISTER
De Europese richtlijn bepaalt hetvolgende ...
Artikel 7,lid2:' Onverminderd de Richtlijn 97/7/EG en Richtlijn 97/66/EG nemen de lidstaten maatregelen om ervoor te zorgen dat dienstverleners die via elektronische post
ongevraagde commerciële communicatie doorgeven , de 'opt-out'- registers regelmatig raadplegen en ook respecteren waarin zij natuurlijke personen die dergelijke commerciële
communicatie niet wensen te ontvangen, zich kunnen inschrijven.'
Dit is de grondslag van dit OPT-OUT-REGISTER
Home